De microfoon staat aan. De zaal zit vol. Ik zit op de voorste rij. Het is stil in de zaal. Ik kijk wat omhoog. Vanaf het podium maakt iemand oogcontact met me. Haar ogen kijken me vragend aan: “kun jij mij goed zien en werkt de techniek goed, zodat ik kan beginnen met gebaren?”

Ik zit er klaar voor: geconcentreerde blik, me bewust van het publiek achter me, m'n interne focus scherp gesteld om op m’n intonatie en zinslengte te kunnen letten. Mijn vizier staat open voor het visuele verhaal van de vrouw op het podium. Laat de gebaren maar komen! Precies op dat moment tikt iemand me op m’n schouder. Ik draai me verward om. Een voor mij onbekende meneer vraagt: “wil je met je gezicht naar mij toe gaan staan, zodat ik kan liplezen wat je gaat zeggen?”

Ik ben helemaal van m’n apropos… Weg focus. Het tikken op mijn schouder brengt me in verwarring. Opeens hangt er een dikke mist om me heen: weg concentratie. Ik merk aan m’n lijf dat ik niet goed meer weet wat ik moet doen of denken. In mijn hoofd vraagt de ene na de andere stem om aandacht: Wie is die meneer? Wat wil hij dat ik doe? Heb ik deze plek niet zorgvuldig genoeg gekozen? Moet ik iets veranderen? Hoort hij bij de organisatie? Waarom krijg ik een rechtstreekse vraag als ik al bijna begonnen ben met stemtolken?

Op het podium ontstaat ook onrust. Het is namelijk té schemerig om vanaf het podium te kunnen zien wat er in de zaal gebeurt. De dove vrouw op het podium, die op het punt stond om te beginnen met haar verhaal in gebarentaal, ziet niet wat er zich op de eerste rij afspeelt. Dát daar iets gebeurt is haar duidelijk, blijkt achteraf, maar ze heeft geen idee wát. Ze wordt onrustig. Geïrriteerd zelfs.

Heleen van den Houten zegt daarover: “Als iets je raakt, irriteert of van slag maakt, kan dat iets zeggen over je behoeften of over je eigen gevoeligheden (allergieën). Als je weet waar jij als mens behoefte aan hebt, ben je je er meer bewust van wat het gedrag wat een ander bij je op kan roepen. Het gedrag van een ander doet iets met je. Belangrijk is om je af te vragen: 'Gaat dit over mij, of over de situatie?; De specifieke situatie waarin je je bevindt, gaat vaak over een associatie met een ervaring uit het verleden. In die situatie in het verleden kreeg je een naar gevoel. Als gevolg van dat gevoel denk je dan dat je iets niet goed doet. Meestal is dat niet het geval. Op het moment dat je weet waarom dit specifieke gedrag in déze situatie je raakt, ben je in staat om je gedrag aan te passen en op een andere manier te reageren. Dan komt er beweging. Jouw gedrag doet ook iets (positiefs) met de ander. De uitkomst van de situatie is dan meestal verrassend. Je blijkt meer regie te hebben dan je denkt!

Na afloop stap ik op de meneer die me op mijn rug tikte af. Het wordt mij duidelijk dat hij graag had willen liplezen. Hij hoort niet goed. Hij hangt aan de lippen van de sprekers om te kunnen verstaan wat er gezegd wordt. En aan de lippen van de tolk. Duidelijke articulatie is voor hem belangrijk. Ik was met mijn rug naar de zaal toe gaan zitten, en met mijn gezicht naar het podium, omdat ik dacht dat iedereen mij door de microfoon wel zou kunnen verstaan. Ik wist niet dat er iemand in het publiek zat die afhankelijk was van liplezen. Deze meneer kon mijn articulatie niet zien vanaf de plek waar hij zat. Alle horende sprekers van die ochtend stonden vol in het licht, op het podium. Hun lippen kon hij wél aflezen. Zonder dat iemand wist dat hij daar  de hele bijeenkomst lang heel ingespannen voor moest turen. Het geluid door de microfoon kon hij niet horen. De gebarentaal op het podium begreep hij niet. De tekst van de schrijftolken was weliswaar beschikbaar op tablets, maar deze meneer had niet vooraf aangegeven dat hij daar gebruik van wilde maken. De enige toegang tot informatie die ochtend was voor hem: liplezen.

Na de tolkopdracht, thuis, kom ik er aan toe om te reflecteren. Om innerlijk stil te staan en terug te denken aan het moment in de schemerige theaterzaal. Het moment dat de dove vrouw op het podium op het punt stond te gaan gebaren, mijn microfoon aan stond en ik op mijn rug getikt werd. Ik probeer alle factoren die die situatie kleurden, in kaart te brengen. Ik voel opnieuw in m’n lijf hoe ik dat moment beleefde. Ik voel verwarring. Onduidelijkheid. Irritatie. Ik doe m’n best om het meerstemmige gevoel dat in m'n lijf naar boven komt goed in me op te nemen om het daarna voorzichtig te onderzoeken en mogelijk te interpreteren.

Uitzoomend, om het niet meer alleen over míjn gevoel te laten gaan, probeer ik ook de perspectieven van de anderen te onderzoeken. Ik probeer me in te leven in de gedachtewereld van de dove vrouw op het podium die op het punt stond om te gaan gebaren. Daarna doe ik m'n best om ook in de gedachtewereld te kruipen van de meneer die op m’n rug tikte. Ik vraag me af of zíj boos werd doordat ík me af liet leiden. En misschien kwam híj voor het eerst in z’n leven voor zichzelf op? Ik probeer stil te staan bij welke waarden voor mij belangrijk zijn in m'n werk en bij welke behoefte die waarden vertegenwoordigen. Wat zou ik voortaan anders kunnen doen?

In Module B van het Ethisch Drieluik geeft de DISC, een persoonlijkheidsprofiel, handvatten om te reflecteren. Heleen: "De eerste vraag die een tolk zichzelf zou kunnen stellen is: 'wat maakt dat deze klant mij zo kan irriteren?' Als een klant vanuit zijn of haar persoonlijkheid heel directief reageert, kan dat een trigger zijn voor een tolk om zich te irriteren. Wellicht ligt daar een behoefte onder om gezien te worden."

Heleen vertelt over zichzelf: "Ik kan zelf bijvoorbeeld bijzonder slecht tegen het woordje ‘moet’. Als iemand tegen mij zegt dat ik iets moet, ben ik minder snel gemotiveerd om dat ook te gaan doen. Als iemand daarentegen zegt: ik zou het prettig vinden als je dit en dit… dan wil ik best meebewegen”.

In Module B staan we stil bij wie jij bent en welke persoonskenmerken maken dat jij een andere tolk bent dan je collega. Hoe kun jij jouw karakter, jouw eigenschappen, jouw talenten, je waarden en je motiverende omstandigheden inzetten op een manier die jouzelf én de anderen in de situatie recht doen? Hoe leer je om ander gedrag in te zetten zonder jezelf te verliezen? Hoe kun je jezelf steunen vanuit de meerstemmigheid in je hoofd? Hoe geef je je grenzen aan zonder dominant te worden? Deze en andere relevante vragen diepen we uit in het tweede luik van het Ethisch Drieluik. Module B geeft je allerlei handvatten om verdiepend bezig te zijn op de lange termijn.

Wil jij regie nemen over jouw professionele ontwikkeling?

Lianne Nap

In the Mirror