Het is zaterdagochtend. Terwijl ik 14 tolken uit Vlaanderen op mijn beeldscherm zie, lees ik onderstaand verhaal, dat slechts ten dele over mezelf gaat, aan hen voor.

"Ik twijfel. Ik twijfel erover. Ik twijfel of ik er goed aan gedaan heb om ja te zeggen. Ik snap wel dat ze me gevraagd hebben. We hebben elkaar zo goed leren kennen door de jaren heen. Er is veel vertrouwen gegroeid tussen ons. Ik ervaar het als een compliment dat ze me gevraagd hebben. Ze hebben me gevraagd om te tolken in deze verdrietige, persoonlijke situatie. En het is ook niet anders in deze tijd. Het is zo’n gekke, rare tijd. Alles is anders. Ook begrafenisdiensten. Momenten van afscheid zijn opeens niet meer mogelijk zoals je het zou willen. Geen volle kerken meer. Geen handen schudden bij het condoleren. Niet dicht op elkaar staan in een erehaag.

Er mogen nog maar 30 mensen komen. Dat kondigde de premier onlangs aan tijdens de persconferentie. Meer niet. 30 mensen. Dat betekent dat bij grote families niet eens de hele familie in de kerk kan zitten. Daarom worden veel begrafenisdiensten live gestreamed en opgenomen. Of ik de opname van zo’n dienst wil tolken.

Die avond is het zover. Ik weet wie er overleden is, dus ik heb op internet wat opgezocht over haar. Ik zag ook een liturgie van een dienst. Die heb ik gedownload. Er stonden liedteksten in, zag ik.

Omdat ik het zo spannend vind om dit afscheid online te tolken, voor deze mensen, vertoon ik uitstelgedrag. Ik moet m’n dochter nog voeden, en bekijken waar ik ga zitten om te tolken. Een werkkamer heb ik niet meer. Op de babykamer is de meeste ruimte om te zitten en te bewegen, dus dat lijkt de beste plek. Ik zou een plank op het ledikantje kunnen zetten, en daar dan het grote computerscherm op, van beneden. Ik besluit dat te doen. Ik sleep het zware scherm van beneden naar boven, haal de lange ethernetkabel uit de meterkast en sluit die aan, roep naar m’n man dat hij het campingbedje beneden moet zetten, want ja, ik heb nu het ledikantje op de babykamer in gebruik. En zij moet straks wel ergens slapen. Ondertussen zet ik een zwart kamerscherm neer als rustige achtergrond waar ik straks voor kan zitten.

Ik zit te tolken. De dove mensen die ik op het beeldscherm zie, kijken verdrietig. Ik  kijk begripvol terug. Ondertussen geeft mijn neus me informatie uit een andere werkelijkheid. Ik ruik dat ik de luieremmer beter nog had kunnen legen. Deze opdracht duurt ruim een uur. En ik ben nog maar net begonnen. Ik probeer me niet te laten afleiden door die lucht. In beeld verschijnt de predikant die naar de lessenaar loopt.

Beneden hoor ik onze kleine huilen.  Ik voel de melk toeschieten. "Ik had ook eerder moeten gaan voeden", bedenk ik me, terwijl mijn handen tolken wat de predikant zegt. "Dan had ik daar meer tijd voor kunnen nemen en had zij meer binnen gekregen". Ik hoop maar dat ik genoeg laagjes kleding aangetrokken heb en dat er door het beeld heen niets te zien is van wat er in m’n lijf gebeurt. Mijn microfoon staat uit. Gelukkig. Ik hoef niet naar het Nederlands te tolken. Het babygehuil blijft dus beperkt tot ons huis. Het orgel zet het volgende lied in. Terwijl ik met mijn linkerhand doe alsof ik orgel speel, scrol ik met mijn rechterhand op m’n tablet die naast m'n laptop ligt, naar de juiste liedtekst op de liturgie. Ik leg de tablet op m’n schoot. “Balen dat ik dat niet beter geregeld heb” zeg ik van binnen tegen mezelf.

Normaal gesproken, op locatie, word ik erg meegenomen in de sfeer van een situatie. Dat helpt me om af te stemmen op wie er voor me zit. Hier, op de babykamer, kan ik me moeilijk inleven. De dove mensen kijken verdrietig. Na de slotwoorden van de predikant volgt er alleen nog orgelspel. Ik besluit om de dove mensen alleen te laten en sluit het programma af na een korte, bemoedigende knik.

Als ik klaar ben met voorlezen, richt ik mijn blik weer op de Zoommeeting. Digitaal staan we stil bij de meerstemmigheid in het verhaal. Ter illustratie deelde ik mijn scherm met bovenstaande foto. De meerstemmigheid in de interne vergadering van de tolk uit het verhaal heeft daarmee woord en beeld gekregen. Alle (?) tolken hebben ‘meerdere ikken’ ; meerdere delen IN zichzelf die van binnen met elkaar in gesprek zijn.

In kleine groepjes bespreken de tolken VGT-NLaan de hand van een paar vragen met elkaar welke delen van zichzelf zij kunnen benoemen.

  • Welk deel in jouzelf staat er goed voor en durft zichzelf in de spiegel te bekijken?
  • Als je er een foto van zou maken, van dat deel, wat zien we dan?
  • Dat deel in jezelf, dat deel waar je blij mee bent, wat brengt jou dat deel? Of, anders gezegd: wat levert dat deel jou op?

Lianne Nap

In the Mirror